zondag 10 juli 2011

Le Patrimoine Roman en Bourgogne de Sud

Vrijdag 8 juli

In deze streek verblijven en de abdij van Cluny niet bezoeken is zuivere heiligschennis. De invloed van de in 910 gestichte benedictijnenabdij reikte immers tijdens de Middeleeuwen tot in de verste uithoeken van West-Europa.

Ons bezoek begon met een 3-D presentatie die een beeld gaf van de abdij op haar hoogtepunt in 1155. Toen verbleven er in het moederklooster zo'n 460 monniken. Tijdens de 14e eeuw begon voor Cluny een periode van verval en tijdens de godsdienstoorlogen is een groot deel van de gebouwen verwoest en geplunderd. Met de Franse revolutie begon de secularisatie. De schitterende abdij werd beetje bij beetje ontmanteld en in 1823 restten de gebouwen die er nu nog staan.


Wij bezochten achtereenvolgens: het paleis van paus Gelasius, het kleine klooster, de Galilea passage, het congregatieplein, hert grote transept, het schip, het kleine transept, de Jean de Bourbon kapel en de farinier.
Tijdens onze wandeling werd vaak beroep gedaan op ons geweldig verbeeldingsvermogen. Dat de aanvullende technologische middelen een goede steun waren zullen we niet ontkennen.

Niet op café namen we onze lunch, wel in de brasserie du Nord. De gids noemde dit geografisch verantwoord.

Om 14.00 uur stond een bezoek aan “Haras national de Cluny” geprogrammeerd. Deze stoeterij werd in 1806 opgetrokken op gronden van de vroegere abdij en met materiaal van de vroegere abdij.

Oorspronkelijk werden in de Haras de paarden gekweekt voor de Franse legers. Sinds 2010 zijn ze gehergroepeerd en hervormt tot “Institut du cheval et de l'√©quitation”.

Onze leerrijke dag werd besloten met een sprong in het zwembad en een biologisch verantwoorde, maar copieuze maaltijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten